De jeugd jaren
Rembrandt Harmenszoon van Rijn werd op 15 juli 1606 geboren in Leiden. Leiden is in die tijd een welvarende stad van de handel, wetenschap en ambacht. Rembrandt groeide op tussen grachten, molens en de bedrijvigheid van een bloeiende Hollandse stad.
Zijn vader was Harmen Gerritszoon van Rijn en is molenaar van een korenmolen aan de Rijn. Zijn moeder, Neeltgen Willemsdochter van Zuytbrouck, kwam uit een bakkersfamilie. Zij vonden onderwijs belangrijk en hadden al snel door dat hun zoon talenten had, naast tekenen was Rembrandt een slim en nieuwsgiering kind.
De eerste stappen als schilder
Al op jonge leeftijd bleek dat Rembrandt liever tekende dan studeerde. Rond zijn veertiende jaar ging hij in de leer bij de Leidse schilder Jacob van Swanenburgh. Drie jaar lang leerde hij de basis van het vak: tekenen, composities, perspectief, kleurgebruik en het zorgvuldig opbouwen van een schilderij.
Daarna vervolgde hij zijn opleiding in Amsterdam bij Pieter Lastman. Hoewel hij daar slechts enkele maanden verbleef, leerde hij hoe je met licht, compositie en gezichtsuitdrukkingen een verhaal vertelt. Die lessen zouden later duidelijk herkenbaar zijn in zijn beroemde schilderijen.
Wat kunnen wij hiervan leren?
Rembrandt werd geen meester omdat hij uitzonderlijk talent had alleen. Hij bouwde zijn kennis stap voor stap op, leerde van ervaren schilders en bleef zichzelf voortdurend ontwikkelen en was altijd om zoek naar een andere manier om het verhaal, textuur emotie nog beter vorm te geven.
Een goede schilder ontstaat niet in één dag. Vakmanschap groeit door geduld, oefening en de nieuwsgierigheid om steeds opnieuw te kijken en te leren van fouten.
